Poëzie

#8 De bouw van het huis van de stad

16 april, 2016

Een paar maanden geleden werd ik door de gemeente benaderd of ik een gedicht zou willen schrijven voor de opening van het kakelverse Deventer Stadhuiskwartier. Aangezien ik het hele bouwproces vanuit mijn badkamer raam heb kunnen volgen, leek me dat tof om te doen. De foto maakte ik op een van de eerste lentedagen toen het gebouw zo goed als af was, maar de vijvers nog moesten worden aangelegd (vandaar het rood-witte lint).

Het stadhuis in de lente

 

De bouw van het huis van de stad

Toen ik in Deventer kwam wonen
met uitzicht op het fundament
van wat het huis van de stad zou heten
wist ik niet dat maandenlang
gebeuk en gebonk van mens en machine
mijn ochtendrust verstoren zou.

Vanuit mijn raam zag ik muren verrijzen.
Hoger en hoger klommen de stenen.
Reusachtige kranen bedekten de hemel;
in wanden verschenen kantelen.

Glas werd getakeld in eiken lijsten.
Door die lijsten keek ik toe
hoe meubilair in plastic hoes
onwennig de lege ruimte betrad.

Toen kwamen de mensen achter de vensters,
rustig typend in hun frame.
Ik poetste mijn tanden, ze zwaaiden naar mij;
maar kwamen zelden echt dichtbij.

In de lente ging ik kijken
binnen de muren van het fort.
Het was er gister en morgen tegelijk.
De houten rijkdom deed vergeten
in welke eeuw we leven.
Ik zou er met plezier verdwalen;
er ’s avonds stiekem blijven steken.

Ik belandde op het binnenhof
waar het volk zich heeft verenigd
in grillige zilveren lijnen;
metalen vingers in de pap.
Uitgezoomd een storm op zee;
ingezoomd een duinlandschap.

Ooit zijn slechts
de sporen van de mensen
nog aanwezig in de stad.

Tags: , , , , , , ,

#7 De nieuwe raadzaal

26 maart, 2016

Een tijdje geleden werd ik door de gemeente benaderd of ik een gedicht zou willen schrijven ter ere van de hernieuwde raadzaal in het stadhuiskwartier die op 23 maart feestelijk zou worden geopend. Ik besloot eerst wat inspiratie op te doen voor ik zou toezeggen en ben een aantal keer in de zaal geweest. De ruimte sprak me erg aan door alle bijzondere dingen die ik erover te weten kwam. Zo heeft de architect foto’s gemaakt van o.a. de IJssel en de oever en deze kleuren waarheidsgetrouw als een soort patchwork over de bekleding van de bankjes laten lopen. Dat soort details spreken me erg aan. Verder kwam ik er tijdens het verzamelen van informatie en inspiratie achter dat het plafond een zogeheten cassetteplafond heet. Dat komt van het Italiaanse “cassette”, dat doosje betekent. Het pantheon in Rome heeft een vergelijkbaar soort plafond. Dit soort dingen maken schrijven extra leuk.

 

De nieuwe raadzaal

We zijn beland in het hoofd van de stad.
Hier wordt gesproken, bedacht en besloten
door hen die ons representeren
als deel van hetzelfde volk.
Dit is een ruimte die ruimte biedt
aan dat wat het toont en dat wat het ziet.

Richt je blik naar binnen,
vind daar het orakel
dat de kern van elk gesprek bevat
en mee kleurt met de lichtval.
Stel het je diepste vragen.

Richt je blik naar boven,
stop wat je vreest in de doosjes.
Orden je geest tot je helder kunt spreken,
richt je betoog tot het leven.

Laat je blik dan rusten
op de bankjes aan de achterwand
waar de IJssel gestaag de bekleding bedekt,
neem plaats naast de architect.

Ga tot slot de trap op.
Vind er de oudste boeken
met haveloze bruine huid,
wakend achter witte spijlen,
als stille getuigen van ieder besluit.

 

Raadzaal gedicht

#6 De mensen van het wagenkamp

12 maart, 2016

Een tijdje geleden werd ik gevraagd als Deventer boekenweekburgemeester. Het thema van dit jaar is Duitsland. Aangezien ik van lezen houd en van Duitse literatuur van onder andere Hermann Hesse, zei ik ja. Boekenweekburgemeester houdt in dat je bij allerlei lezingen, films en optredens in het kader van de boekenweek aanwezig bent met een ambtsketting om je nek, bestaande uit een keten van kleine boekjes. Vandaag was de officiële benoeming in de bieb onder het genot van bier en bratwurst. Ik droeg er mijn nieuwe gedicht voor, geïnspireerd op een vakantie in Keulen, toen ik met Soraya terecht kwam in een woonwagenkamp:

 

De mensen van het wagenkamp

In alles zijn ze autonoom,
de mensen van het wagenkamp.
Ze wonen in het grensgebied
van stad, natuur en industrie,
een zelfgekozen utopie van
zonnebloemen, gras en modder,
stil bezoek en wilde honden.

Ze gunnen zich de meeste tijd
van alle mensen die ik ken;
ze koken soep op open vuur,
ze eten zelfgemaakte jam.

Ze douchen in de buitenlucht
met opgevangen regenwater,
slepen laarzen door de klei
en ondergaan de kou gelaten.

Uit ongenoegen met de staat
ontstaat bescheiden protesteren;
ze graven ’s nachts containers leeg,
soms gaan ze in de stad jongleren.

Het kind dat opgroeit rond de wagen
ontdekt vanzelf de zwaartekracht.
Het scharrelt onverstoorbaar rond
totdat het valt en zich bezeert,
zodat het leert, zichzelf te dragen.

 

IMG_9547

#5 Zinloos Geveld

4 maart, 2016

Een tijdje geleden nam Koen me mee naar het Worpplantsoen. Daar lag een enorme omgezaagde beuk. Het bleek niet de bedoeling dat die beuk was omgezaagd, maar een foutje van een ambtenaar; in het kapdocument was een kruisje gezet bij de verkeerde boom. De beuk bleek bijna 200 jaar oud te zijn. Alle reden om het te betreuren dus en alle reden om een gedicht te schrijven. Ik kwam erachter dat Elisa Bonaparte, de zus van Napoleon Bonaparte, in het jaar dat de boom ontkiemde was overleden. Dat was een paar jaar na het Frans-Bataafse bestuur in Nederland. Ik zag in de beuk een symbool van Hollands herwonnen zelfstandigheid en vroeg me allerlei dingen af, waaronder wiens opa’s opa zijn naam in de bast zou hebben geschreven en of de woorden steeds hoger zouden klimmen naarmate de boom groeide. Toen mijn gedicht af was, leek me alleen een gedicht wat kaal. Ik deed een oproepje op facebook wie met een iPhone wilde filmen dat ik het gedicht voordroeg bij de beuk en Johan meldde zich. Hij is het met wie ik in 2013 ook filmpjes maakte voor mijn afstuderen. Hij is het ook met wie ik eens midden in de nacht het bos in ging om bosgeluiden op te nemen. Op de afgesproken dag arriveerde Johan met grof geschut en zelfs een slider om de camera gelijkmatig te kunnen bewegen. Het effect daarvan zie je meteen in het begin van de video. Please, enjoy en deel dit met beukliefhebbers, in het bijzonder de mensen die nu nog rouwen om het verlies van de boom.

#5 Zinloos Geveld (alleen woorden)

4 maart, 2016

Verslagen lig je uitgestrekt
op steeds maar natter wordend gras.
Je rond gevormde grijze bast
als een pas gestroopte olifant;
je poten slap, de hars nog zacht.

Je bent ontkiemd in het plantsoen
na Frans-Bataafs bestuur.
Toen Elisa Bonaparte stierf,
aanschouwde jij het eerste uur
van Hollands’ hernieuwde mondigheid.

Het is nu krap twee eeuwen later.
Je takken zullen nooit meer zwaaien
naar de huizen aan de overkant
en ’s nachts zul je die grote kerk met
al zijn lichtjes niet meer zien.

Ik neem een stukje van je mee
waar ooit een specht in heeft gewoond
terwijl de verslaggever op tv
je onbedoelde neergang toont.

Ruimte voor de rivier

4 december, 2015

De feestelijkheden rondom het einde van de werkzaamheden van het project Ruimte voor de Rivier. Ik had de eer om mijn gedicht De IJssel voor te dragen en het gedicht is op prachtige manier vereeuwigd.

Tags: ,

27 november, 2015

Wij zijn geen project
we zijn een levend organisme

Als we zoenen lijken onze tongen op slangen
uit een Escher schilderij

Het geeft niet hoe vaak we vergaan
als we elkaar steeds maar blijven zoeken

Van niets verloren

24 november, 2015

Pas heb ik een boekje teruggevonden van toen ik 10 was. Op de kaft staan pinguïns met ballonnetjes in hun flippers en er staat precies één tekeningetje in. Verder was ik niet gekomen. Het tekeningetje laat wolken zien in de vorm van landkaarten en een zonnetje met bril op. Ik besloot het boekje in ere te herstellen en plak er nu foto’s in, plaatjes uit tijdschriften, uitgeprinte gedichten, dingen die ik op straat vindt etc. Alles mag, ook kauwgum papiertjes. Juist omdat ik er van alles in stop en terugvindt, ontstaan er nieuwe verbindingen tussen tekst en tekst, beeld en beeld, tekst en beeld, idee en herinnering. Het gedicht dat ik ongeveer een week geleden schreef heb ik er ook in geplakt. Daaromheen ging ik tekenen en na wat geklooi op de computer ziet het er nu als volgt uit.

Van niets verloren

 

Tags: , , , , , ,

Van niets verloren

21 november, 2015

Toen ik ongeveer 3 jaar geleden een tijdje in Stockholm woonde ging ik vaak naar Fotografiska, het fotografie museum aldaar. Er was op een gegeven moment een heftige expositie van Sally Mann. Ze had gefotografeerd op de Body Farm in Texas. De body farm is een onderzoeksinstelling waar het verloop van het menselijke ontbindingsproces wordt bestudeerd. Op de een of andere manier vond ik het niet vies of gruwelijk om die ontbindende lichamen te zien, maar mooi. Ik schijn op 5-jarige leeftijd tegen mijn moeder gezegd te hebben: “Mama, als ik morgen doodga, is dat niet erg, dan heb ik een goed leven gehad”. Zo denk ik er nog steeds over, al was ik op 5-jarige leeftijd nog wel wat hoopvoller gestemd over de wereld dan nu. Een tijdje geleden las ik weer een artikel over de body farm en toen was de tijd rijp voor het volgende gedicht.
—–

 

Van niets verloren

Nooit meer warme handen
nooit meer watertanden
nooit meer niezen, nooit meer juichen
nooit meer kapers op de kust

Misschien dat je je lichaam houdt
maar gauw ben je een pop van leer
met huid zo taai als metworst

Nooit meer fietsen, nooit meer zingen
nooit meer vogels leren vliegen
nooit meer vliegers laten dansen
nooit meer bami op je bord

Misschien dat je je naam behoudt
maar spoedig spreekt geen mens je taal
en sta je slechts gekerfd in steen

Nooit meer honger, geen verlangen
nooit meer schrijven in de trein
nooit meer vloeken, nooit meer ruzie
nooit meer angstig hoeven zijn

Misschien dat iemand bloemen brengt
maar niemand blijft zo lang als jij

Nooit meer koken, nooit meer grapjes
nooit meer glijden tussen lakens
nooit meer stralen uit je ogen
nooit meer zweten, nooit meer koud

Geen affectie
geen reactie
geen plannen voor de toekomst
geen gedeelte van de opbrengst
geen gezeik
van niets verloren

Tags: , ,

Deventer voordeurenproject

4 november, 2015

Toen ik ongeveer een jaar geleden in Deventer kwam wonen viel het me op hoeveel zorg er hier van oudsher is besteed aan de verfraaiing van voordeuren. Af en toe fotografeerde ik er een aantal die uit het oog sprongen en geleidelijk groeide het plan om een voordeuren project te beginnen en er poëzie bij te betrekken. Het lijkt me super tof om de mensen die achter die voordeuren wonen of werken te interviewen en daar gedichten over te schrijven. Ik wil namelijk niet alleen schrijven op basis van wat ik op afstand observeer; ik houd ook erg van interactie. Bovendien: een stad wordt gevormd door haar inwoners; zij is niets zonder de mensen die haar bewonen. Dat doet me denken aan een van de gedichten die onderdeel van ons NNENN album is:

Thuis wacht er een man op mij
als licht in een verlaten stad
het schijnt, maar niemand ziet dat

Zo heb ik ook een gedicht geschreven over binnen en buiten en hoe die twee zich tot elkaar kunnen verhouden.Tot zover de bruggetjes. Het heeft even geduurd voor ik het voordeuren plan durfde toe te laten; ik had er voor mezelf alweer een kathedraal van mogelijkheden van gebouwd -van stadsroutes met gidsen die van voordeur naar voordeur gaan, een app die mensen naar random voordeuren stuurt om daar een kopje thee te komen drinken in het kader van integratie, een collage van al die voordeuren die samen de stad Deventer uitbeeldt als je uitzoomt etc.- die de stap naar verwezenlijking vrijwel altijd bemoeilijkt. Vanmorgen, op de verjaardag van mijn lieve vriendin Soraya, werd ik echter wakker met het idee, vandaag een foto van een voordeur met gekleurd glas eromheen te posten. Die foto stuurde ik haar ook, omdat ik het beeld bij haar vind passen. Hierbij de foto en binnenkort meer nieuws over het project!

Voordeur #1

Tags: , , , , , ,